Kader Abdolah – De boodschapper

Het volgens de wetten van de literatuur te lezen met historische feiten onderbouwde, dus per saldo fictieve relaas van de kroniekschrijver Zeeëd, rechterhand van Allah’s boodschapper Mohammad, is Kader Abdolah‘s slimme zet om anders- en niet-gelovigen een blik (zijn blik) in de totstandkoming van de Koran en de Islam te geven. In 91 korte hoofdstukken maak je kennis met Zeeëd, een door Mohammad geadopteerde zoon die later zijn rechterhand en scribent werd. Als Mohammad openbaringen krijgt, schrijft Zeeëd deze op als soera’s die we nu in gebundelde vorm als Koran kennen. Mohammad strijdt eerst met woorden, dan met listen en wapens tegen de stamhoofden van Mekka, neemt zijn toevlucht in Medina, neemt de joden in bescherming, maar verraadt hen later genadeloos. Hij gaat een 10-jarig vredesverbond met de stamhoofden van Mekka aan, neemt Habibé, dochter van Aboesofjan, legeraaanvoerder van Mekka, tot zoveelste vrouw, verovert Perzië, verliest van de Byzantijnse Keizer Herakleios. De afgoden in de Kaabé worden vernietigd, waarna het heiligdom tot Allah’s huis wordt verklaard. Kader Abdolah zet de profeet vooral neer als sluw mens, tuk op vrouwen, onbetrouwbaar en in de kern een krijgsheer en jaloers persoon. Als joden en christenen één God en een Boek hebben, moeten de arabieren uit de woestijnbak die we nu kennen als Saudie-Arabië ook zo’n koppel. De wijze waarop goddelijke openbaringen worden verkregen en zo direct toepasbaar zijn op de dagelijkse praktijk, riekt naar het orakelen in de Griekse oudheid of het manipuleren met individuele bijbelteksten dat je bij vele joodse gelovigen en christenen ontmoet.
De vertelling leest als een trein, overigens ook in de trein erg prettig. Ach, en wat een juiste weergave van historie is en/of je zo kritiek op de grondlegger van de Islam moet verpakken, mag je over twisten. De wetten van de literatuur geven een mooie uitweg, en daar is de lezer bij gebaat.