Daniel Pink – A Whole New Mind

Met de subtitel Moving from the Information Age to the Conceptual Age en een aanbeveling van Wired ‘Why right-brainers will rule the future’ en aanbevelingen op de achterflap van Tom Peters, Po Bronson en Seth Godin die de auteur onder meer positioneren als wonderdoener en ‘Copernicus for the brave new age’ worden enorme verwachtingen gewekt en kritische antennes geactiveerd. Het boek A Whole New Mind , dat inmiddels in de VS in de 8e hedruk zit en gewoon erg populair is, moet toch wat te bieden hebben?

A Whole New Mind

En ja, dat klopt. In de lijn van simplificaties en hapklare brokken als The World is Flat en de boeken van Covey past A Whole New Mind perfect in de tijdgeest, waar we opnieuw zoeken naar houvast in een turbulente wereld. En dus zijn de platmakers van Friedman gereduceerd tot een drietal verschijnselen Abundance, Asia en Automation bij Pink. Als je geen toegevoegde waarde hebt ten opzichte van al die andere aanbieders, veel goedkopere vakbroeders in China en India en je werk minstens net zo goed door een computer gedaan kan worden, dan zit je binnenkort werkloos toe te kijken. Tenzij, tenzij je 6 nieuwe zintuigen ontwikkeld die je eigen, bevredigende plek in de wereld geven:
1. Design (weg met alleen een functionele blik op middelen, schoonheid van ontwerp geeft meerwaarde)
2. Story (een goed verhaal bij een persoon of product verkoopt gewoon beter)
3. Symphony (alles heeft een context, overzie het geheel, focus niet op een detail)
4. Empathy (voelen wat de ander voelt)
5. Play (leve de gamers!)
6. Meaning (logisch slotakkoord, wat is het doel van wat je doet? Geef je leven betekenis en richting)

Naast veel betekenisvolle woorden, punten om over na te denken, bevat Pinks boek ook veel zwakke plekken. Waar hij zelf een verdeling zoekt in ‘meer linker hersenhelft gericht’ en ‘meer rechter hersenhelft gericht’, oog heeft voor het complementaire van onze hersenhelften en in het begin van het boek nog pleit voor een ‘volledig gebruik van de hersenen’, gaan diverse voorbeelden, te beginnen met de Wired aanbeveling op de voorkant met te stringent links/rechts en daarmee bij herhaling aardig/veel beter implicerend, de mist in. Wanneer ouders hun kinderen liever artiest laten worden dan wiskundige, ziet Pink dat als bevestiging van zijn argumenten, terwijl het juist wel ‘links’ georiĆ«nteerd zijn van de tienduizenden jaarlijks in India en China in exacte vakken, Informatie e.d. afstuderende jongeren een bedreiging vormen die je niet alleen met de 6 zintuigen kunt opvangen. Sterker: wat moet je als meester in de genoemde 6 zintuigen, als er geen voedsel wordt bereid, geen wegen worden aangelegd, geen veilige auto’s worden geproduceerd, geen huizen worden gebouwd, etc.? Anders gesteld: dit boek gaat volledig voorbij aan de samenleving, het milieu, de grote uitdagingen die de wereld zich gesteld ziet, zoals bijvoorbeeld Planeet India wel durft aan te snijden.

Pink husselt slim wat herkenbare thema’s als Flow, Emotional Intelligence, storytelling, hersenonderzoek, spiritualiteit (waarbij alle uitingen, behalve christelijk geloof hip zijn), zelfhulpboeken en testjes tot een eigen mix, waarbij de rode draad immaterieel lijkt te zijn. Op de laatste pagina ontkracht Pink dit echter rigoreus: “China and India are becoming economic behemoths. Material abundance in the advanced world continues to grow. That mean that the greatest rewards will go to those who move fast. The first group of people who develop a whole new mind, who master high-concept and high-touch abilities, will do extremely well. The rest – those who move slowly or not at all – may miss out or, worse, suffer.” Dus toch welvaart als maatstaf voor succes en een afstandelijk ‘jammer dan’ voor degenen die niet zo snel mee kunnen komen: kort Amerikaans!