Harold Eberle en John Garfield – Moderne Koningen

Paginabreed werd in de Charisma van juni 2005 een ‘analyse’ (beter: promotie) van Moderne Koningen van Harold Eberle en John Garfield gegeven naar aanleiding van een themadag bij een Pinkstergemeente in Almere. En het klinkt zo mooi: moderne koningen is de term voor mannen en vrouwen die actief zijn in het bedrijfsleven, overheid, onderwijs, media, financiën, kunst…om daar Gods koninkrijk te vormen. Aan de basis van het boek ligt het idee dat God net als in het Oude Testament gebruik wil maken van priesters (focus op tempel/kerk), koningen (gericht op het koninkrijk en maatschappij) en profeten (voor het doorgeven van boodschappen van God). Dit fundament is zwak: God wilde helemaal geen aardse koning, de rol van de rechters (richters), aartsvaders en vreemde mogendheden (Filistijnen, Egyptenaren, Assyriërs, Babyloniërs, etc.) wordt genegeerd. Tevens komt het model in het Nieuwe Testament niet voor. Ook op de claim: “Koningen zijn van nature creatief, daadkrachtig en gericht op competitie. God gebruikt deze ondernemende mensen om de Grote opdracht te vervullen en zijn Glorie in de maatschappij vrij te zetten” is het nodige af te dwingen. God zoekt geen competitie, maar dienstbaarheid, geen onderneming, maar onderwerping, geen maatschappelijke successen, maar genade voor verlorenen. Nog zo’n rare quote: “Indien deze drie rollen samenwerken, ontstaat er een krachtig besturingsmodel om de wereld te vormen naar Gods ideaal.”

‘Krachtige besturingsmodellen’ zijn mooi voor een bedrijf, een gemeente is in de eerste plaats een organisme, dat haar sturing krijgt vanuit het Hoofd, Jezus Christus. En “de wereld te vormen naar Gods ideaal” is een krachtige uiting van de Kingdom Now theologie, een soort mengeling van een theocratie en wereldverbeteraars. Bekende managementboekenschrijvers Steven Covey en Robert Quinn appelleren aan exact dezelfde ‘maakbare samenleving’. Ronduit schokkend is de claim, dat “slechts 2% van de gelovigen geroepen is om de Kerk te dienen.” Als kerken dat serieus zouden nemen, kunnen ze zich per direct opheffen, aangezien de overvloed aan bedieningen, gaven en talenten dan in wel heel weinig handen terecht zouden komen. Tekenend is dat Eberle en Garfield stellen n.a.v. Efeziërs 4 stellen, dat “de vijfvoudige bediening een onvolledig leiderschapsmodel is voor de kerk.” De vijfvoudige bediening wordt door de auteurs als in de categorie “priesters” geplaatst, jammer voor de profetische bediening. Die komt in het model van Moderne Koningen los te staan van de gemeente (we kennen er genoeg in Nederland), met alle gevolgen van dien. En hoewel de samenwerking tussen de rollen wordt voorgehouden, legt de boektitel de nadruk op de rol van moderne koning. Helaas hebben de schrijvers geen oog voor de mix die Paulus de gelovigen al voorhield: zowel een bediening in de gemeente hebben als een missie in de wereld, en dat alles door gewoon te leven, te werken, gezinnen te vormen en geld te verdienen. Ik kan Moderne Koningen niet anders aanduiden als ‘aantrekkelijk, maar gevaarlijk’. Toegegeven: een boektitel als “Dienaars van het Koninkrijk” of “Slaaf van Christus” klinkt – hoewel bijbelser – stukken minder aanlokkelijk.