Invloed IFRS op pensioenregelingen

Personeelsbeloningen, in het bijzonder pensioenen, vormt voor een onderneming een substantieel bestandsdeel van de activa en passiva, waarvoor in de externe verslaggeving sinds 2005 de standaards en waarderingsregels van de International Financial Reporting Standards (IFRS) en de afgeleide aanpassingen van Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving gevolgd moeten worden. Bij een toegezegde bijdrageregeling (Defined Contribution of afgekort DC) kan de onderneming volstaan met het verantwoorden van de aan het afgescheiden pensioenfonds betaalde premies. Bij een toegezegd pensioenregeling (Defined Benefit of afgekort DB) moet de onderneming zeer detailleerde informatie verstrekken over de pensioenverplichtingen en waarde van de beleggingen. De wijze van rapporteren en de te hanteren grondslagen vormen een prikkel voor ondernemingen na te denken over alternatieven binnen de kaders van IFRS, en in Nederland de richtijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving met goedkeuring door de controlerende accountant als beoogd resultaat. Alternatieven zijn naast het handhaven van de DB- of DC-regeling het bijvoorbeeld overstappen op een Collectieve DC-regeling, waarmee de verplichtingen van de onderneming beperkt blijven tot het voldoen van pensioenpremies, maar voor de deelnemers toch een DB-regeling, vaak op basis van middelloon, kan worden uitgevoerd. Scheiding tussen onderneming en pensioenfonds blijft gehandhaafd: bij tekorten of overschotten is louter het pensioenfonds aan zet en kan de onderneming / werkgever niet worden aangesproken om bijvoorbeeld tekorten aan te vullen.

Hoewel IFRS als oorzaak voor keuzes ten aanzien van wijzigingen van pensioenregeling niet los te zien is van andere factoren als toenemende kosten, periodieke onderhandelingen over de totale set aan arbeidsvoorwaarden, is er – zij het op kleinere schaal dan wel eens in vakliteratuur is gesuggereerd- beweging waarneembaar. Daarvoor zijn tientallen jaarrekeningen over 2005 van beursgenoteerde ondernemingen onderzocht. Conclusie is, dat het overgrote deel van de beursgenoteerde ondernemingen om wat voor reden dan ook in IFRS geen directe aanleiding hebben gezien de pensioenregeling te wijzigen. Waar een klein deel de collectieve DC-regeling als oplossing ziet, kiest een even groot aantal ondernemingen voor een individuele DC-regeling. Maakt een onderneming toch een overstap naar een andere regeling, zijn aandachtsgebieden als communicatie, gewekte verwachtingen en consistentie in gevoerd beleid op het gebied van pensioenen uiterst belangrijk met oog op de consequenties van (onbedoeld) buiten de kaders van de externe verslaggeving te komen.