«

»

mei 02 2011

A.B. Yehoshua – Vriendschappelijk vuur

In zijn van 2004-2007 geschreven roman Vriendschappelijk vuur neemt de Israëlische schrijver Abraham B. Yehoshua mee met de wind, ruach, dat in combinatie ruach refaim de geest van de doden betekent. Een duet over de liefde en het verdriet om de doden tussen Amots en Daniella tijdens het Chanoeka feest, het joodse lichtjesfeest. In een deel per dag / aangestoken kaars wisselen de verhaallijnen van liftontwerper Amots in Israeël en de naar haar zwager in Tanzania vertrokken lerares Engels Danielle elkaar af, hoewel gelijk oplopend en de cliffhangers tactvol gekozen zijn om met ook met de andere hoofdpersoon vervolgd te worden. In Tanzania is Jirmi vrijwillig in ballingschap gegaan, ver van Israël, God en gebod of het Hebreeuws om zich nuttig te maken bij een paleo-antropologisch opgravingswerk onder UNESCO vlag. Liever ontbrekende schakels in de evolutie van aap naar moderne mens proberen te vinden, dan verantwoordelijkheid hebben en nemen in de zich alsmaar ontwikkelende staat in een broeiende omgeving. Daniella, nog met hoofd en hart verbonden aan land en godsdienst, haar talen en voorkeuren, kan maar moeilijk aansluiting vinden. Verbaasd over het aangetroffen animisme, maar ook over de bijbelteksten in de KJIV vertaling, van het wonderschone Hooglied tot de donderpreken van Jeremia. Een familielid, omgebracht door vriendschappelijk vuur, maar in Toelkarm op de westelijke Jordaanoever toch in vijandelijk gebied en dus onderwerp van verdachtmakingen jegens Palestijnen levert de boektitel. Maar ook de weduwnaar Jirmi en de liefde tussen de pater familias en een oude vlam aan de King George Straat in Jeruzalem met een geheime lift vanuit haar slaapkamer naar het dak, brengen het verleden dichtbij het heden van een zojuist opgeleverde 30-etages tellende woontoren in Tel Aviv. De wind suist ook hier in de liftschacht. Wie is schuldig? Wie kan het oplossen? Het tekent de week van Amots die heen en weer scheurt tussen zijn bedrijf, het gezin van zijn zoon, zijn zoon zelf die de oproep voor een herhalingsoefening heeft genegeerd, maar het leger hem niet, en dus nu onder bewaking gesteld is en zijn officiersrang zal verliezen. Ook zijn zieke vader eist aandacht. Op de 8e kaars na gaat het hele Chanoeka feest buiten Amots en Daniella om, alsof ze letterlijk buiten de maatschappij en en eigen thuis leven. In een prachtig verwoord weerzien van het 37 jaar getrouwd stel aan het eind van het boek herken je het gekibbel om niets, de nog altijd aanwezige spanning tussen begeerte en liefde, trouw en vrijheid. Het verlangen naar ‘normaal’ in een permanente uitzonderingstoestand. De vertaling door Hilde Pach (ze vertaalde eerder romans van bijvoorbeeld David Grossman en Amos Oz) leest prettig. Veel typisch joodse uitdrukkingen zijn intact gelaten, dat het cultureel eigene van de plaatsing in Israël recht doet.

Enhanced by Zemanta

Popularity: unranked [?]