Désanne van Brederode werd geïnspireerd door de Deventer moordzaak. Een bejaarde werd in haar woning aan de Zwolseweg gruwelijk om het leven gebracht. Adviseur Ernst Louwes bleef in zijn eigen onschuld geloven, maar belandde wel in de bak, om daags na zijn vrijlating zijn visie op de zaak in boekvorm, Schuldig, te publiceren. In Door mijn schuld (Querido, 2009) vertelt Van Brederode niet over Louwes, maar trekt ze wel een knap getrokken verhaallijn langs het leven van Gunnar de Wit. De proloog steekt in op het punt dat De Wit zijn autobiografie afrondt en zich afvraagt wie er in geïnteresseerd zou zijn. Hij heeft, na zijn straf uitgezeten te hebben, onder meer het idee om een boek te schrijven opgepakt om het via Zweden, Denemarken en pas later in Nederland uit te brengen. Na treffende beschrijvingen in de eerste persoon van Gunnars jeugd, allerhande verwikkelingen totdat hij bij Nordic Light Interiors zijn hoegenaamd beste vriend, Evert Oldenheuvel met een goed op diens achterhoofd gemikte steen ombrengt.
De politie pakt hem op, hoopt naast lijk, dader en moordwapen ook een motief te vinden. Everts op naam gestelde nalatenschap van 200.000 gulden staat op het spel. Gunnar weet goed wat hij heeft gedaan, maar kiest met zijn vrouw Miranda ervoor ‘onschuldig’ te bepleiten, mede omwille van zijn zoon en dochter. Was het hem om het geld te doen? Wist hij er echt niets van? Heeft Van Brederode in de vele pagina’s tot dat punt in het verhaal bewust wat weggelaten? Gunnar wordt veroordeeld en zit zijn straf uit. Buiten de cel grijpt schrijver Constant Verwoerd zijn kans om bekend te worden, bespeelt hij de media en hebben alle geïnteresseerde Nederlanders wel een oordeel over de zaak.
De details klonteren bijeen tot leitmotieven en thema’s als in wezen allemaal ‘alleen op de wereld zijn’, zó in je eigen zondeloosheid kunnen geloven dat je de eerste steen pakt en gooit (en moordt). Verstoorde familieverhoudingen, uiteenlopende milieus en achtergronden, plus een bewegend politiek krachtenveld waarin vreemdelingenhaat, populisme en beïnvloeding via de media worden aangewakkerd raken vooral Gunnars verwanten en vrienden. Zelf blijft hij onbewogen, zogenaamd boven zichzelf staan, op een woede uitbarsting tegen één van de verhorende agenten en bij de veroordeling door de rechter na, zoals ook Ernst Louwes zich liet gaan. Of zijn vader nu op zijn sterfbed juist met Gunnar zijn laatste Zweeds wil delen, zijn schoonzus met een familiebijbel op tv verschijnt, de vele kaarten en brieven van belangstellenden onbeantwoord blijven, of zijn gevangenschap voorbij lijkt te vliegen, wordt nomen est omen bewaarheid. Gunnar (onverschrokken krijger) de Wit (onbevlekt), toch ook alleen, verzadigd van het leven en innerlijk zeulend met een enorme schuldenlast vanwege de jarenlange leugens. Voor zo’n versteend hart is een goddelijke interventie nodig. Nog vóór de proloog citeert Van Brederode uit de Bijbel Ezechiël 36 vers 26: “Een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven.”
Popularity: 6% [?]
![Reblog this post [with Zemanta]](http://img.zemanta.com/reblog_e.png?x-id=08569aff-5afb-4b62-9e5d-658909c12b65)













Laatste reacties