Hans Vermaak was afgelopen IPMA Congres (november 2009) dé spraakmaker in het ochtendprogramma met een presentatie naar aanleiding van zijn toen net verschenen boek Plezier beleven aan taaie vraagstukken, waarop hij eerder cum laude gepromoveerd is. Je moet wat om (project)managers te plezieren, nietwaar? De werkelijkheid in het omgaan met taaie vraagstukken blijkt vaak minder plezierig dan gewenst. Vermaak laat zien waarom. Taaie vraagstukken zijn inhoudelijk en sociaal complex. Ze zijn van iedereen en niemand, multiactor en multifactor issues. Ze persisteren doordat ze verknoopt zijn met eenzijdigheden in de organisatie. De context stimuleert aanpakken die de vraagstukken bestendigen. Uit 6 jaar advieswerk en onderzoek bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en omvangrijke literatuurstudie op het vlak van organisatiekunde, veranderkunde, psychologie en sociologie, heeft Vermaak mechanismen gedestilleerd die interacties, cognities, procesontwerp en -verankering fixeren en welke ermee spelen, niet altijd quick wins opleveren, maar wel zaken in beweging zetten, small wins definiëren.
Vermaak benadrukt dat de mechanismen geen haarlemmerolie zijn. De kennis in het ruim 600 pagina’s tellende boek, naast het hoofdwerk een methodologische onderbouwing, literatuurlijst en coderingen van tussenproducten, is vooral geschikt voor taaie vraagstukken. Het lezen van het boek, hoe taai en volgestouwd met cases uit het praktijkonderzoek en talloze verwijzingen naar vakliteratuur, levert munitie voor veranderaars. De eerste toepassing betreft het omgaan met weerbarstigheid, de tweede het steunen van vernieuwing. In Jip-en-Janneke taal komt veel neer op het met een andere bril op kijken naar een vraagstuk, juist verbreden van de reikwijdte van het vraagstuk. De auteur rekent af met de ingenieursaanpakken voor sociale processen en -vraagstukken en een te ver met marketing verweven set managementboeken en organisatorische zelfhulpboeken. Wat taai en op eerste oog ongrijpbaar is, is gewoon niet gebaat met een zevenstappenplan of best practice van de plank. Door aan het eind van het boek ook kritisch naar zichzelf, de eigen aanpakken en succes ratio te kijken, blijft Vermaak zowel trots op de behaalde successen, maar erkent ook de imperfectie van de veranderaar. En dat tekent de vele paradoxen in het boek, waarvan de titel er slechts één is.

![Reblog this post [with Zemanta]](http://img.zemanta.com/reblog_e.png?x-id=3763c63f-361e-4337-8c57-866689c03ab0)
























Pingback: Marcel van Marrewijk – de Cubrix en de implicaties voor projectmatig werken » Henk-Jan van der Klis | Henk-Jan van der Klis