David Grossman’s roman Jij bent mijn mes uit 1998 die 3 jaar later in het Nederlands vertaald is, is een bijzondere. De affaire tussen Jaïr en Mirjam die slechts met een vluchtige ontmoeting op een schoolreünie begint, wordt in de vorm van een briefwisseling beschreven. De partners kiezen ervoor elkaar niet lijfelijk te ontmoeten, maar gaandeweg groeit wel het verlangen naar elkaar. Grossman heeft ervoor alleen de brieven van Jaïr op te nemen. Natuurlijk reageert hij op de antwoorden van Mirjam. In de roman ontwikkelt zicht het personage van Jaïr tot een zelfingenomen met zijn totale ziel en zaligheid bloot gaande Israeli. Slechts zijdelings komen andere activiteiten dan het brievenschrijven aan bod. Jij bent mijn mes, een idee van Kafka, slaat op het concept dat juist de ander de waarheid zeggen waarheid aan het licht brengt, hoe pijnlijk dan ook. Beide briefschrijvers zijn zelf getrouwd en voorzien van nageslacht. Naar het einde van het boek toe wordt de onmogelijkheid de relatie echt vorm te geven buiten brieven dan ook pijnlijk duidelijk. En ondanks een ontmoeting en aanraking houdt het daarna op. Om ook de andere kant van het verhaal te schetsen, zijn de laatste bijna 100 pagina’s voor Mirjam die dagboekaantekeningen bijhoudt. Al met al zijn de 350 pagina’s een behoorlijke zit. Wil je echt in het verhaal komen, moet je tempo maken en grote stukken in één leesbeurt nemen. Knap geconstrueerd, maar naar mijn idee te lang.
Popularity: 6% [?]



![Reblog this post [with Zemanta]](http://img.zemanta.com/reblog_e.png?x-id=ca5f245b-4271-49f0-a254-ce49c55896bd)













