Deze nieuwe (2008) vertaling van Peter de Vries ‘ The Blood of the Lamb uit 1961 is een bijzondere roman. In zijn nawoord schetst Willem Jan Otten het treffend. “Als een schrijver De Vries heet, en zijn boek begint met een tranentrekkend komische beschrijving van een ruzie binnen een steil gereformeerd gezin omdat de oudste zoon des huizes niet meer gelooft dat de Heere het universum letterlijk in zes dagen heeft geschapen, – dan meen je te weten hoe laat het is.” Kortom: je denkt aan een soortgenoot van Wolkers, Reve, ‘t Hart of Vestdijk.
Peter de Vries is echter Amerikaan, geboren in 1911 in Chigago, en als 2e generatie immigrant verder Amerikaans en toch zo treffend de Nederlandse godsdienstige trekken van wanhopende, dolende domineeskinderen, grootgebracht in de vreze des Heren en uiteindelijk zo licht vatbaar voor zonden, kortom op en top menselijk. Zoals in de romans van Arthur van Schendel die ik op het VWO voor mijn literatuurlijst heb verslonden, grijpt ook hier het noodlot onbarmhartig toe, beseft de hoofdpersoon als een moderne Job, dat hij alles en iedereen (broer, vriendin, vrouw, vader en uiteindelijk dochter) verliest, zijn zonde. Hij wil enerzijds letterlijk en figuurlijk afrekenen met God, maar blijft toch aangetrokken tot kerk, rituelen, bijbelteksten, principes. Het (bloed van) het lam verweeft op knappe wijze van het moeten offeren van hetgeen je het meest dierbaar is (Abraham met Izaäk, God de Vader met zijn zoon Jezus Christus), de ontuchterende kijk op het leven van Prediker (alles is ijdelheid, geniet van het leven dat maar zo kort is), Job (De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen; Hem ter verantwoording willen roepen voor het lijden van de mens) en de worsteling van Paulus (dat wat ik niet wil, doe ik. Wie kan mij verlossen? De wet als spiegel van de zonde. En zonden zijn er in overvloed van dit boek: hebzucht, overspel, diefstal, dronkenschap in overdaad).
En toch houdt De Vries een ander pad in zijn boek dan de bekende Nederlandse schrijvers die religie van zich afschudden, schermen met de opium-voor-het-volk gedachte, en de restanten religie tot kleinburgerlijkheid verklaren. Don Wanderhope blijft tot de laatste pagina worstelen met zijn geloofsverlies, vindt rond het sterven van zijn geliefde dochter Carol aan leukemie na het smijten van een taart naar het gezicht van een kruisbeeld letterlijk “het enige alternatief voor de loop van een revolver: aan de voet van het Kruis.” Het is exact het uitpellen van de menselijke overleggingen die C.S. Lewis volgt om te komen tot diezelfde bede: “Ik, ellendig mens! Wie kan mij verlossen.” Die verlossing blijft uit in De Vries’ boek, zodat het wachten blijft. Niet toevallig wordt enkele malen gerefereerd aan Waiting for Godot van Samuel Beckett. Een knap boek, dat zeker in het begin affiniteit met de tale Kanaäns vereist, maar blijft boeien tot het eind.
Popularity: 3% [?]
![Reblog this post [with Zemanta]](http://img.zemanta.com/reblog_e.png?x-id=b9721567-f485-4523-a50b-cfa35b1f3f10)















