Pagina 3: “Toch zegt de Bijbel ons alle dingen te BEWIJZEN.”
Nee, de Bijbel roept op te geloven. “Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet.” (Hebreeën 11:1 NBG).
Pagina 3: “De Bijbel als enige historische verslag.” Versus “Traditie moeten we afwijzen”
Er zit een tegenstelling in het als betrouwbaar en gezaghebbende autoriteit (overigens een pleonasme) erkennen van de Bijbel als “het enige historische verslag” van de opstanding en het bij afwezigheid van ooggetuigen moeten “afwijzen van traditie.”
Pagina 3-4: Is het teken van Jona het ENIGE (BOVENNATUURLIJKE) TEKEN van het Messias zijn?
Het teken van Jona gaf Jezus aan de schriftgeleerden en Farizeeën die openlijk twijfelden aan de messiaanse bediening van Jezus van Nazareth. In Mattheüs 28:34 worden dan ook door Jezus uitgemaakt voor “Addergebroed! Hoe kunt u iets goeds zeggen terwijl u zelf slecht bent?” en in vers 39 “Dit is een verdorven en trouweloze generatie.”
Wordt het Messias zijn van Jezus van Nazareth niet veel eerder ‘bewezen’ door de vele oudtestamentische profetieën van David, Jesaja, … Geeft Jezus niet zelf aan de discipelen van Johannes de Doper de volgende impressie mee? “Gaat heen en boodschapt Johannes wat gij gezien en gehoord hebt: Blinden worden ziende, lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden worden opgewekt, armen ontvangen het evangelie.” (Lucas 7:22 NBG).
Was het niet beschamend, dat juist Johannes de Doper, de wegbereider en aankondiger van ‘het Lam Gods dat ze zonden der wereld wegneemt’ twijfelt en zijn discipelen naar Jezus stuurt om te vragen “Zijt Gij het, die komen zou, of hebben wij een ander te verwachten?” (Lucas 7:20 NBG).
Pagina 3-4: 3 dagen en 3 nachten. Inclusieve tijdrekening of niet?
Armstrong neemt de 3 dagen en 3 nachten letterlijk en zoekt vervolgens argumenten om deze stelling te onderbouwen.
Kant’s aantekeningen bij de Statenvertaling bij Mattheüs 12:40: “Voor een deel der dagen worden hier genomen gehele dagen en nachten, gelijk dat bij de Hebreeën gebruikelijk is. Zie 1 Samuël 30:12, Mattheüs 12:13, Esther 4:16 versus 5:1. En zo men het neemt naar de Romeinse rekening, die de dagen op de middernacht begonnen en eindigden, zo valt het nog duidelijker.”
In Barnes’ New Testament Notes staat hierover: “It will be seen, in the account of the resurrection of Christ, that he was in the grave but two nights and a part of three days. See Matthew 28:6. This computation is, however, strictly in accordance with the Jewish mode of reckoning. If it had not been, the Jews would have understood it, and would have charged our Saviour as being a false prophet; for it was well known to them that he had spoken this prophecy (Matthew 27:63). Such a charge, however, was never made; and it is plain, therefore, that what was meant by the prediction was accomplished. It was a maxim, also, among the Jews, in computing time, that a part of a day was to be received as the whole. Many instances of this kind occur in both sacred and profane history. See 2 Chronicles 10:5-12, Genesis 42:17,18. Compare Esther 4:16 with Esther 5:1.”
In Brink’s commentaar op Mattheüs staat: “‘Three days and three nights’ is a common expression for three days. It does not mean three times twenty-four hours, for three days have passed on the third day (cf. Esther 4:16 and 5:1). We also find this use of the term ‘day and night’ in the Jewish tradition (SB I, 649). The ‘heart of the earth’ is not the grave, but Hades, the kingdom of the dead (cf. ‘heart of the sea’, Jonah 2:2-3). Jesus descended to the realm of the dead after His death on the cross (I Peter 3:19).”
In het Eenvoudig commentaar op de Evangelieën en Handelingen staat: “Jezus zegt dat Hij “ten derden dage opgewekt zal worden” (#Mt 16:21). Daarom moet in het Joodse taalgebruik “ten derden dage” hetzelfde betekenen als “drie dagen en drie nachten”. Het was en is bij Oosterlingen gebruikelijk dat elk deel van de dag kan staan voor het geheel van vierentwintig uur. Vergelijk #Mt 16:21 #Mr 8:31 2Ch 10:5 10:12 Es 4:16 Ge 7:4,12 Ex 24:18 34:28. Iemand die door het Oosten reisde, schrijft:
“Uiteindelijk brak de tiende ochtend aan-de tiende ochtend omdat, hoewel we zogezegd tien dagen in- quarantaine geweest waren, het in werkelijkheid toch maar acht dagen geweest waren. Op de eerste dag kwamen we ‘s avonds om negen uur aan land, en we werden om zes uur in de morgen van de tiende dag in vrijheid gesteld, maar dit werd, overeenkomstig de gewoonte in het Oosten, gerekend als tien dagen.”
Christus werd op vrijdagavond begraven, lag op zaterdag in het graf, en stond op zondag op, gedeelten van drie dagen, stond “ten derden dage” op, lag gedurende de tijd waarmee volgens Oosters taalgebruik drie dagen en drie nachten bedoeld worden in het graf.”
Dächsel, Van Lingen en Van Griethuijsen stellen m.b.t. dit vers: “40. Want zoals Jonas drie dagen en drie nachten was in de buik van de walvis, (het Griekse woord betekent slechts: “grote vis,” “zeemonster” dus waarschijnlijk een haai) (zie DACHS “Jon 1:7″), zo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten, volgens de gewone wijze van rekenen (1 Sam.30:12) wezen in het hart van de aarde, wat het lichaam aangaat in het graf, wat de ziel aangaat in het dodenrijk (Ps.16:10, Efez.4:8vv. 1 Petrus.3:19vv.).
Evenals de ware Messias het chiliastische Messiasbeeld van de Farizeeën tegensprak, zo zou nu ook het ware, grote Messias-teken de chiliastisch-ingebeelde eis van een hemelteken tegenspreken, bijzonder ook in zijn boete-predikende ernst: die wilden een teken van de hemel, dat hun geheel bederf zou vergulden; Hij wil hun een teken uit de diepte van het dodenrijk geven, dat hun gehele schijnheilige dronkenschap van de wereld oordeelt. (P. LANGE).
Dit is de zesde maal, dat Jezus op bedekte wijze op Zijn dood wijst. Door de doop (hfdst.3:13vv. <#Mt 3.13>) spreekt Hij voor Zijn vader Zijne bereidwilligheid om te sterven uit; het woord van Zijn verhoging (Joh.3:14vv.) zal aan Nikodemus, dat van het wegnemen van de bruidegom (Mat. 9:15) de discipelen van Johannes, dat van het opnemen van het kruis (Mat. 10:38) aan de twaalven, het afbreken van de tempel (Joh.2:19 <#Joh 2.19>) en het teken van Jona aan de vijanden, wanneer Zijn lot eenmaal vervuld zal zijn, tot bewijs dienen, hoe weinig Hij erdoor verrast is. Met het woord van het afbreken van de tempel heeft dat van het teken van Jona ook nog die gelijkheid, dat beide, behalve op de dood, op de terugkeer uit de dood wijzen. (GESS).
Dat het onwaardig, dwaas, onwaar zou geweest zijn, wanneer Jezus in deze ernstige toestand en in die stemming zich dus op Jona’s geschiedenis beroepen had, en deze geschiedenis toch voor een fabel gehouden had, dat behoeft geen uitleg; de gehele gedachte is profaan, en dus geen aanmerking en weerlegging waardig om daar niet van te spreken, dat de Farizeeën en Schriftgeleerden Hem hadden kunnen antwoorden: “is het zo gesteld met de door u aangeduide opstanding uit de dood, zo behoeft niemand daarvoor te vrezen! Zal Uw opstanding zoals de redding van de profeet uit de buik van de vis volgen, zo volgt zij nooit; wanneer het voorbeeld een fabel is, zo moet het afgebeelde ook een fabel zijn. (MENKEN).”
Pagina 4: Tijdsduur belangrijker dan de opstanding zelf?
“Dat bewijs was niet het opstandingsgebeuren zelf – het was de tijdsduur van Zijn verblijf in het graf vóór Hij opgewekt zou worden.”
Zonder opstanding zijn wij “de meest beklagenswaardige mensen” (1 Corinthiërs 15:19 v.v.)
Christus was niet passief in het graf, maar is “nedergedaald ter helle” ofwel in het dodenrijk om er het evangelie te preken aan de gestorven. (1 Petrus 3:19).
De stellingname op pagina 4 “Jezus liet zijn aanspraak uw en mijn Heiland te zijn, alléén rusten op zijn verblijf van precies drie dagen en drie nachten in het graf” verwerp ik absoluut. Wat een onzin! De Bijbel toont mij een andere Messias.
Pagina 5 v.v. 72 uren nodig?
Armstrong haalt niet de bijbelteksten aan die op de gebruikelijke inclusieve tijdrekening duiden, maar exegeert op Genesis 1. Geheel voor eigen rekening.
Het op pagina 7 aangehaalde Johannes 2:19-21 stelt: “binnen drie dagen”, maar daarop gaat Armstrong niet in, omdat hij verwoed op precies 72 uren uit wil komen.
Pagina 9 van zondagmorgen naar zaterdagmiddag
Uit de beschrijvingen van de zondagmorgen “Hij is hier niet; want Hij is opgewekt” (Mattheüs 28:5-6, Marcus 16:6, Lucas 24:6) kan onmogelijk Armstrongs conclusie, dat Jezus al op zaterdagmiddag opgestaan is, worden bereikt.
Pagina 10: opnieuw opstanding of tijdsduur belangrijker?
“Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, gelijk Hij gezegd heeft.” duidt toch op de opstanding zelf en niet op het tijdstip?
Armstrong haalt 1 Corinthiërs 15:3-4 aan: “…en Hij is begraven en ten derde dagen opgewekt naar de schriften.” Ten derde dage is toch niet ten vierde dage? Ten derde dage = op de derde dag.
Pagina 11 Gebruik van de 70 jaarweken van Daniël
Armstrong pikt nog een halve jaarweek extra, die toch echt voor de eindtijd bewaard moet worden.
Pagina 12-14 Sabat of Sabatten
Armstrong meent een laatste, doorslaggevend bewijs voor de verbazingwekkende waarheid gevonden te hebben. Waar hij in Mattheüs 28:1 voor “de eerste dag der week” (in het Grieks meervoudsconstructie) een bijwoordelijke bepaling van tijd uitlegt, heet “Sabbat” (in het Grieks ook een gelijke meervoudsconstructie) opeens “Sabatten”, heeft geen enkele Nederlandse vertaling het bij het rechte eind, uitgezonderd een of andere vertaling van Ferrar Fenton.
In het Grieks staat er “oqe de sabbatwn th epifwskoush eiv mian sabbatwn”
Ik eindig met Matthew Henry’s commentaar op het eerste vers uit Mattheüs 28: “1. When they came; in the end of the sabbath, as it began to dawn toward the first day of the week” This fixes the time of Christ’s resurrection.
(1.) He arose the third day after his death; that was the time which he had often prefixed, and he kept within it. He was buried in the evening of the sixth day of the week, and arose in the morning of the first day of the following week, so that he lay in the grave about thirty-six or thirty-eight hours. He lay so long, to show that he was really and truly dead; and no longer, that he might not see corruption. He arose the third day, to answer the type of the prophet Jonas (Mat 12:40), and to accomplish that prediction (Ho 6:2), The third day he will raise us up, and we shall live in his sight.
(2.) He arose after the Jewish sabbath, and it was the passover- sabbath; all that day he lay in the grave, to signify the abolishing of the Jewish feasts and the other parts of the ceremonial law, and that his people must be dead to such observances, and take no more notice of them than he did when he lay in the grave. Christ on the sixth day finished his work; he said, It is finished; on the seventh day he rested, and then on the first day of the next week did as it were begin a new world, and enter upon new work. Let no man therefore judge us now in respect of the new moons, or of the Jewish sabbaths, which were indeed a shadow of good things to come, but the substance if of Christ. We may further observe, that the time of the saints’ lying in the grave, is a sabbath to them (such as the Jewish sabbath was, which consisted chiefly in bodily rest), for there they rest from their labours (Job 3:17); and it is owing to Christ.
(3.) He arose upon the first day of the week; on the first day of the first week God commanded the light to shine out of darkness; on this day therefore did he who was to be the Light of the world, shine out of the darkness of the grave; and the seventh-day sabbath being buried with Christ, it arose again in the first-day sabbath, called the Lord’s day (Re 1:10), and no other day of the week is from henceforward mentioned in all the New Testament than this, and this often, as the day which Christians religiously observed in solemn assemblies, to the honour of Christ, Joh 20:19,26; Ac 20:7; 1Co 16:2. If the deliverance of Israel out of the land of the north superseded the remembrance of that out of Egypt (Jer 23:7,8), much more doth our redemption by Christ eclipse the glory of God’s former works. The sabbath was instituted in remembrance of the perfecting of the work of creation, Ge 2:1. Man by his revolt made a breach upon that perfect work, which was never perfectly repaired till Christ arose from the dead, and the heavens and the earth were again finished, and the disordered hosts of them modelled anew, and the day on which this was done was justly blessed and sanctified, and the seventh day from that. He who on that day arose from the dead, is the same by whom, and for whom, all things were at first created, and now anew created.
(4.) He arose as it began to dawn toward that day; as soon as it could be said that the third day was come, the time prefixed for his resurrection, he arose; after his withdrawings from his people, he returns with all convenient speed, and cuts the work as short in righteousness as may be. He had said to his disciples, that though within a little while they should not see him, yet again a little while, and they should see him, and accordingly he made it as little a while as possible, Isa 54:7,8. Christ arose when the day began to dawn, because then the day-spring from on high did again visit us, Lu 1:78. His passion began in the night; when he hung on the cross the sun was darkened; he was laid in the grave in the dusk of the evening; but he arose from the grave when the sun was near rising, for he is the bright and morning Star (Re 22:16), the true Light. Those who address themselves early in the morning to the religious services of the Christian sabbath, that they may take the day before them, therein follow this example of Christ, and that of David, Early will I seek thee.
Ergo: de Bijbel spreekt zelf duidelijke taal. De verbazingwekkende waarheid, de opstanding van Jezus Christus, als bewijs dat God troont boven de dood, zonde, verderf, etc. is het evangelie, dat we preken! We moeten het Woord onderzoeken, maar beter nog: toepassen!
Voor de liefhebber is er ook nog de kerkgeschiedenis, de steeds wijder wordende scheuring tussen joden en christenen in de eerste eeuwen van onze jaartelling, de daaropvolgende ‘bandenwissel’ van het houden van de sabbat (kijk maar in de Handelingen) naar het samenkomen op zondag (ook al in de Handelingen aanwezig) met de viering van de maaltijd van de Heer als één van de liturgische hoogtepunten.

























Laatste reacties